NRC: Koorleden weten: samen zingen maakt gelukkig

Beste Cantabilévrienden! NRC kwam deze week met een enorme reportage over de Korendagen in Amsterdam, maar vooral over hoe het is om in een koor te zingen. Een flink verhaal, maar ik vond het erg leuk om te lezen en wilde het graag met iedereen delen. Met dank aan ons nieuwe lid Astrid die mij dit doorstuurde!

Elke woensdagavond repeteren met het koor: ‘Als een nummer samenkomt geeft dat zó veel voldoening’

De 28 vrouwen van Vrouwenkoor Chemistry uit Koog aan de Zaan hebben allemaal een monochrome outfit aangetrokken. Knalgroen, zachtgeel, neonroze, zachtpaars, diep aubergine. Alsof een doos kleurpotloden is uitgestort in Paradiso in Amsterdam. Ze bewegen hun vinger naar hun lippen. „Ssssssst”, sissen ze. „Sssssst.” Het blijkt geen vermaning te zijn richting het druk kletsende publiek, maar onderdeel van de act. „It’s ooooh so quiet”, zingen ze.

Stil is het tijdens de Korendagen, afgelopen weekend in Paradiso, niet. Een weekend per jaar klinkt zaterdag en zondag van half 12 ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds alleen maar koorgezang. In de grote en in de kleine zaal treden in totaal 140 Nederlandse amateurkoren op. Ieder koor krijgt een kwartier om een paar nummers te laten horen, publiek kan voor 3 euro komen kijken.

Ingewikkelde wissel

De Korendagen zijn een lange traditie: in 1985 begon Paradiso met een korenmiddag, vanaf de jaren negentig is het een tweedaags festijn. Met zo’n 8.000 bezoekers is het een van Paradiso’s best bezochte programma’s. Het zit strak in elkaar. Dus nadat Vrouwenkoor Chemistry zaterdagavond hun versie van ‘Texas Hold ‘Em’, een nummer van Beyoncé, ten gehore heeft gebracht, zucht presentator Mariecke Lepeltak dat er nu heel snel „een ingewikkelde wissel” moet plaatsvinden. „Er komt nu een koor met hónderd mensen!”, roept ze in de microfoon.

De Korendagen zijn zo populair dat Paradiso zelfs moet loten om te bepalen welke koren mee kunnen doen. Jaarlijks melden ruim driehonderd koren zich aan. Deze zaterdag mogen onder meer Popkoor Noisy Voices uit Cuijk, de Gieser Wildevrouwen uit Noordeloos, The Local Vocals uit Joure en Koorkuma uit Amsterdam het podium betreden. Zelfs uit Duitsland is een koor overgekomen: het Deutsch-Französischer Chor uit Osnabrück.

3.250 koren

Koren zitten in de lift. Ruim 700.000 Nederlanders zingen met enige regelmaat samen in een groep of een club, blijkt uit de Monitor Amateurkunst uit 2023. Voor het eerst in de afgelopen tien jaar steeg in 2025 het aantal koorzangers dat is aangesloten bij het Koornetwerk Nederland weer met een paar duizend, naar ruim 110.000 personen. Zij zingen in 3.250 verschillende koren.

„We zijn hot”, zegt Ruut te Velthuis, voorzitter van het Koornetwerk en tenor in close-harmonyzanggroep Leeuwenhart en dirigent bij Popkoor Prestige in Utrecht. Koren sluiten zich aan bij het netwerk om praktische redenen: het netwerk regelt onder meer de afdracht voor het auteursrecht van de nummers die koren zingen tijdens optredens. Er zijn christelijke koren aangesloten, shantykoren, mannenkoren, barbershopkoren, ouderenkoren, koren die smart- en levensliederen zingen, en een enkel professioneel koor, zoals het Nederlands Kamerkoor.

Geen stoelen

Het populairst zijn de popkoren. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de lange wachtlijst voor Popkoor Prestige. Ton van Diepen (44) dirigeerde zeventien jaar amateurkoren toen hij in 2015 Prestige oprichtte. Samen met zijn vrouw Sandra Rotmans bedacht hij een „concept”. Van Diepen: „Geen stoelen bij de repetitie, hoge energie, moderne nummers, met band, alles erop en eraan.” Op de eerste repetitie, in Hoorn, kwamen tachtig mensen af.

Toen ze verhuisden, begon Van Diepen ook een koor in Gouda, waar zich tweehonderd mensen voor aanmeldden. Dit slaat aan, zag hij. Een jaar later waren er al tien Prestige-koren. Inmiddels, elf jaar na de oprichting, heeft Prestige een waar korenimperium opgebouwd, met 35 koren door het hele land, van Alblasserdam tot Zwolle. Komend jaar komen er nog vier koren bij.

Koorleden van Prestige betalen 38 euro per maand. Voor dat bedrag wordt alles voor ze geregeld: de dirigent, repetitieruimte en optredens. Thuis oefenen kan met vooraf opgenomen oefentracks. De vijfstemmige partijen zijn gearrangeerd door Van Diepen en zijn muzikale team. Van Diepen: „Ik vergelijk het weleens met een sportschoolabonnement.”

Zwart met goud

De grote zaal in Paradiso is opeens erg leeg en het podium staat erg vol. Het is Prestige Nijmegen, in het zwart, met gouden accessoires. De mannen (een stuk of tien) in het midden, links en rechts van hen de vrouwen. De mannen dragen gouden stropdassen – er is één vlinderdas aanwezig – en enkele vrouwen hebben een tasje om. Ze zingen ‘Ordinary’, van Alex Warren. In de zaal wordt meegezongen. Na vier liedjes zit het er alweer op.

De koren die in Paradiso optreden komen vaak met een heuse tourbus. Dat is een groot thema in de wandelgangen van het poppodium, want hoe laat vertrekt de bus eigenlijk? In de hal loopt een vrouw met een boodschappentas met zwemflippers erin. „Waarom? We hebben net opgetreden”, zegt de vrouw. „Maar ik moet gaan, de bus vertrekt zo.”

In Dressing Room 4 is Vocalgroup Blueprint uit Gouda aan het opwarmen. „We zijn een beetje sardientjes in een blik, maar laten we het toch maar doen”, zegt de dirigent tegen de jonge vrouwen die voor de esthetiek naar Taylor Swift hebben gekeken: veel glitters en cowboylaarzen. Eerst schouders, hoofd, nek, heupen en enkels los, zegt de dirigent. Dan de stembanden. Van laag naar hoog: Brrrrrr. Met krakende stem: Haaaa. Dan nog wat toonladders, Jajajaja. Ze zet een toon hoger in. Jajajaja. Hóger. Nog hoger. Hóógst. Jajajaja. „Steek de tong maar even zo ver uit als je kan. Goed zo. Nu gapen!”

Op de gang staat al een volgende groep te wachten op een ruimte om op te warmen. Gurel Fici (67) speelt in de band van het Amsterdams Turks Volksmuziek Koor. Hij speelt darboeka, een veelgebruikt instrument in Arabische, Turkse en Oost-Europese muziek. In Turkije heeft Fici met beroemde zangers opgetreden, vertelt hij. Soms springt zijn buurvrouw, die naast hem staat, bij als tolk. „Met Ibrahim Tatlises en Azer Bülbül”, zegt hij. Op zijn telefoon laat hij digitale foto’s zien van analoge kiekjes uit de jaren negentig. Ze spelen vanavond vier Turkse volksliedjes in „de oude traditie”, zegt hij. „Waarover? Liefde natuurlijk.”

Knuffelhormoon

Samen zingen maakt gelukkig, blijkt uit diverse onderzoeken. Onderzoekers in Zweden ontdekten dat zingen bij amateurzangers zorgt voor een toename van oxytocine, het knuffelhormoon, in het bloed. Een onderzoek van de Universiteit van Californië zag ook positieve effecten bij senioren. Een half jaar lang zongen ze elke week samen, terwijl de controlegroep op een wachtlijst stond. De zingende groep was gelukkiger en voelde zich minder eenzaam.

Toch lopen niet álle koren over van de aanmeldingen. Op flyers die overal in Paradiso op tafels liggen worden diverse oproepen gedaan. Zo zoekt het Galakoor Queer Klassiek sopranen. „Ben je sopraan (m/v/x) en wil je zingend deel uitmaken van een warm en divers koor?”, scan dan de QR-code. Het Meeuwenkoor kan ook „nog leden (M/V) gebruiken!” En ook Vrouwenkoor Chemistry heeft flyers liggen voor nieuwe leden (V). „Kom langs en zing een keer mee, want zingen geeft energie!”

In Paradiso is die energie voelbaar. Zeker bij de vrouwen van Singing Unlimited Chorus. Ze treden, zegt Lepeltak terwijl de vrouwen zich zorgvuldig positioneren op stemgroep, óók op tijdens een jaarlijkse korenwedstrijd in Engeland. Singing Unlimited zet in, maar Lepeltak onderbreekt ze bruut. „Mensen bij de bar, probeer een béétje stil te zijn, er staat een koor te zingen”, zegt ze streng.

Het programma loopt bijna een half uur uit. Manoeuvre, Gay Men’s Chorus Amsterdam, is als een van de laatsten aan de beurt. De dirigent speelt op de piano. De mannen, allen in zwart overhemd met een gekleurd sjaaltje om de hals, zingen ‘Rise Like a Phoenix’, ‘I’m Coming Out’ en ‘Spreid je veren’ uit de musical De Mol en de Paradijsvogel.

„Wees een pauw, geen grijze mus”, zingen ze. „Grijze mussen kunnen leren kwinkeleren. Heb ’t lef om je talent te etaleren.”

Lara Mutsaers (28) uit Utrecht zingt in Vocalgroup Blueprint uit Gouda

Samenstelling: 20 vrouwen, van 22 tot 35 jaar oud
Stemgroep: wisselend, meestal alt/mezzo
Favoriete nummer: ‘Mijn haren ruiken naar vuur’ van S10

Na hun optreden staan de jonge vrouwen van Vocalgroup Blueprint in een kring met de armen om elkaar heen geslagen. Ze joelen. Sommige koorleden kent Lara Mutsaers al sinds de derde klas, toen ze zich bij het jeugdkoor voegde op de muziekschool in Gouda. Daaruit is Blueprint ontstaan: „Toen iedereen ging studeren, wilden we het wat serieuzer aanpakken. We willen meer dan alleen samen zingen, we willen ook iets aan het publiek geven.” Daarom zingt Blueprint over feminisme en de empowerment van vrouwen, zegt Mutsaers. „Wat ons verbindt is sisterhood. We willen vrouwelijkheid vieren, maar we zingen ook uit protest.” 

Het optreden was „fantastisch”, zegt ze glunderend. „Ik realiseerde me halverwege: we staan gewoon in Paradiso in de grote zaal. Zo bizar.” Het eerste nummer dat ze deden, Little Girl Gone van Chinchilla, gaat over „je eigen kracht vinden, female rage, zeg maar”. Het tweede nummer, Mijn haren ruiken naar vuur van S10, zongen ze elf-stemmig.

Voor de repetities, iedere woensdagavond, reist Mutsaers op en neer vanuit Utrecht. Thuis oefent ze zo’n twee uur per week, en dan zijn er nog de vergaderingen met de evenementencommissie en de choreocommissie, waar ze in zit. „We bepalen alles zelf, omdat we een vereniging zijn. Daardoor is het van ons allemaal: iedereen heeft een stukje van zichzelf in de optredens zitten.” Het koor groeit met ze mee, zegt Mutsaers. „Ik hoop dat we over twintig jaar nog samen zingen.”

Mario Nieuwenhuis (64) uit Rotterdam zingt in Popkoor 4-you

Samenstelling: gemengd koor
Stemgroep: tenor
Favoriete nummer: ‘China Girl’ van David Bowie

Al bijna dertig jaar zit Mario Nieuwenhuis (64) bij Popkoor 4-You, een Rotterdams koor. Zingen „deed hij altijd al graag”, maar solo durfde hij nog niet echt. Een koor leek hem wel wat. „En ik ben nooit meer weggegaan.” Zijn vrouw, ze zijn bijna veertig jaar samen, zit ook in het koor. Het koor, dat is de kern, daar heeft hij vrienden. „We doen heel veel samen, ook buiten het koor. Met twee van hen ga ik binnenkort vissen in Noorwegen.”

Hij heeft een behoorlijk zware baan, maar elke woensdagavond heeft hij „lekker een break”. Het zingen, het samenzijn, het bezig zijn met de tekst. „Het is inspanning, maar relaxed. En als een nummer dan samenkomt, dan geeft dat zó veel voldoening.”

Tijdens zijn lievelingsnummer om mee op te treden – ‘China Girl’ – heeft hij een solostukje. „Heb je het gezien? De microfoon was uitgevallen! Maar dat maakt voor mij niet uit hoor. Wij Rotterdammers hebben die niet-lullen-maar-poetsen-mentaliteit, hè. Is de microfoon leeg, dan ga ik gewoon harder.”

Eline van Delden (55) uit Nieuw-Vennep zingt in Singing Unlimited Chorus uit Badhoevedorp

Samenstelling: 20 vrouwen uit de Haarlemmermeer en Amsterdam
Stemgroep: bas
Favoriete nummer: ‘Rhythm of Life’ uit de musical Sweet Charity

De vrouwen van Singing Unlimited Chorus stralen eenheid uit: allemaal dragen ze hetzelfde varsity-jasje waar met glimmende letters Singing Unlimited Chorus op de rug is gedrukt. Ook hebben ze dezelfde zilveren oorbellen in. Singing Unlimited is een barbershopkoor, zegt Eline van Delden. „Dat betekent dat we vierstemmig en a capella zingen.”

Optreden in Paradiso is voor het koor slechts een opwarmertje voor het echte werk: ieder jaar in mei gaan de vrouwen naar Engeland voor de competitie van Sweet Adelines International, een Amerikaanse vereniging voor barbershopkoren. Daar worden ze beoordeeld „door een serieuze jury”. Het maximaal te behalen puntenaantal is 800. Vorig jaar is Singing Unlimited voor het eerst „door onze magische grens van 600 punten heen gegaan”, zegt Van Delden. 

De techniek was goed, volgens de jury, maar het koor kon nog stappen zetten op gebied van artistry, „de arrangementen, de dynamiek en het overbrengen van het gevoel”. Van elkaar verwachten de vrouwen dat ze thuis „serieus repeteren”. Van Delden: „Bij het vorige koor waar ik in zong, gebeurde dat niet altijd. Dan kan je iedere week opnieuw beginnen.” 

Al acht jaar wijkt alles voor de repetities op de donderdagavond, zegt Van Delden. „Alle sores die je in het leven wel eens hebt, zing ik er op donderdagavond lekker uit. Na de repetitie hebben we altijd een afterglow. Dan drinken we gezellig een glaasje en kletsen we met elkaar.”

Alphons Devilee (80) uit Vierhout zingt in het Vierhouter Koor, dat door hem is opgericht

Samenstelling: gemengd koor
Stemgroep: tenor
Favoriete nummer: 
‘Ode to Freedom’ van ABBA

Het was Alphons Devilee, „hier heb je mijn kaartje, ik heb een moeilijke naam”, die 24 jaar geleden het Vierhouter Koor oprichtte. „Kijk, het is een klein dorp, tussen Nunspeet en Elspeet in, we hebben geen kerk, toen hadden we nog wel een supermarkt, maar wel ook toen al een dorpshuis.”

„Nou, en in dat dorpshuis hadden we dus een feestje. Ik dacht: ik organiseer iets. Toen bleek dat veel mensen dat zingen heel leuk vonden.” Ondertussen hebben ze 44 leden. Het koor, dat zich om hem heen verzameld heeft, is dolenthousiast over de avond. „Paradiso is een uitdaging natuurlijk”, zegt voorzitter Henk Kranenburg (72). „Goed voor je cv.”

Maar over een cv hoeven deze Vierhouters zich niet heel druk meer te maken. Er is discussie in de groep over of ze „jeugdige zestigplussers” zijn, of dat „zeventigplussers” misschien eerlijker is. Hoe oud Devilee is? „Godallemachtig, hij is al tachtig!”, zegt hij glimmend, want leeftijd zegt niets. „Ik ben niet grijs, ik ben róód!”, zegt hij. En daarbij: „Zingen maakt jong.”

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *